Menu

Treinen of woningen?

Ik lees dat Wouter Vanstiphout, hoogleraar aan de TU in Delft, voorziet “dat de randen van het land verder leegstromen de komende jaren, terwijl de steden doorgroeien. Het stelt alle gemeenten voor de vraag of en hoeveel nieuwe woningen ze moeten bouwen.” 

Vanstiphout zou best eens gelijk kunnen hebben.

 

Rixt Bijker promoveerde in januari van dit jaar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Uit haar onderzoek blijkt “dat minder populaire plattelandsgemeenten in het noorden en oosten van Noord-Nederland in trek blijven bij jonge verhuizers. Niet zozeer wegens het landschap, maar vooral wegens de relatief goedkope huizen. En veelal gaat het om verhuizers die niet van ver weg komen, maar van dichtbij. Vaak kunnen ze hier hun woonwensen realiseren.”

Bijker zou best eens gelijk kunnen hebben.

Eens te meer blijkt dat beelden over de toekomst sterk kunnen verschillen. De tijd zal leren wat werkelijkheid is geworden. Maar overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven moeten nu beslissingen nemen voor de toekomst. Willen we bouwen? Wat en hoeveel? En wie wil die kans of dat risico op zijn schouders nemen? Of willen we krimpen? Waar en hoeveel? En wie betaalt dat?

Bijzondere vraagstukken als we bedenken dat we in dit kleine landje ongeveer genoeg woningen hebben. Dat mensen naar de stad trokken ten tijde van de industriële revolutie is begrijpelijk. Daar was het werk en de kans om te ontsnappen aan de armoede. En de trekschuit was niet echt een alternatief voor woon-werk-verkeer.

 

Nederland is minder groot dan de gemiddelde provincie in de rest van de wereld. Hoe kan het dan bestaan dat wij niet kunnen organiseren dat mensen op de ene plek wonen en 50 of 150 kilometer verderop werken? Als we de energie die gestopt wordt in pogingen de woningmarkt te beïnvloeden eens stoppen in de verbetering van het openbaar vervoer? En als we dan tegelijkertijd het werken op afstand eens beter mogelijk en meer geaccepteerd maken? En voor die mensen die een paar keer in de week ‘ver’ van huis werken, bouwen we leegstaande kantoren om tot betaalbare motels.

Ik schrijf dit op het moment dat de bestuurders van corporaties moeten stemmen over het akkoord tussen Aedes en Blok. De vele reacties in de social media geven een beeld dat niemand blij wordt van deze deal en dat de meesten toch gewoon ja gaan stemmen. Het is tijd om uit de kramp en krimp te komen door anders naar dezelfde werkelijkheid te kijken. Dit is niet het maar een idee.  En het is geen nieuw idee. In de vorige eeuw was de leegstand in Lelystad een enorm probleem. Daar horen we niemand meer over. Oorzaak? Je kunt met de trein snel in de randstad komen.

 

Toch een mooie duurzame oplossing.

 

Atti Poelstra

 

oktober 2013

Meer in deze categorie: « De frustratie voorbij

terug naar boven